Een dagje uit in Nederland is een luxe geworden. Entree Rijksmuseum? €22,50. Een dagje Efteling? Richting de €50. Ga je met een gezin van vier, dan ben je €200 kwijt voordat je ook maar één patatje hebt gegeten.

Als cultuurliefhebber weigerde ik te stoppen met musea bezoeken. Ik heb de afgelopen drie jaar alle mogelijke kortingskaarten getest. Hier is mijn eerlijke oordeel: wat is een "must-have" en wat is een "tourist trap"?

1. De Museumkaart: De Heilige Graal?

Kosten: Ongeveer €75 per jaar (voor volwassenen).
Wat krijg je: Gratis onbeperkt toegang tot 450+ musea.

Mijn ervaring:
Ik twijfelde lang. €75 is veel geld in één keer. Maar laten we rekenen. Drie keer naar een groot museum in Amsterdam (Rijks, Stedelijk, Van Gogh) en je bent al €70 kwijt.
Het echte voordeel van de kaart is echter niet het geld, maar de vrijheid. Vroeger, als ik €20 entree betaalde, voelde ik me verplicht om 3 uur lang elk bordje te lezen om "waar voor mijn geld" te krijgen. Ik kwam uitgeput thuis.
Nu loop ik soms een museum binnen voor 20 minuten, kijk naar één schilderij dat ik mooi vind, ga naar het toilet (gratis en schoon!) en loop weer naar buiten. Dat gevoel van "het is toch al betaald" maakt cultuur ontspannend in plaats van vermoeiend.

Verdict: Woon je in de Randstad? Kopen. Direct.

2. De VriendenLoterij VIP-Kaart: De Verborgen Parel

Veel mensen spelen mee met de VriendenLoterij, maar gooien de post direct weg. Fout! Bij je lot (ongeveer €15/maand) krijg je een VIP-Kaart.

Mijn hack:
Ik speel mee met één lot. Dat kost me €180 per jaar. Dat klinkt duur. MAAR: met die VIP-kaart mag ik gratis naar 150 musea (vaak dezelfde als de Museumkaart) ÉN krijg ik korting op dierenparken en bioscopen.
Vorig jaar nam ik 3 vrienden mee naar een dierentuin. Met mijn kaart kreeg ik 50% korting voor de hele groep. Besparing: €60 in één klap.
Let op: Als je puur voor de musea gaat, is de Museumkaart goedkoper. Maar als je ook van dierentuinen en theater houdt, is dit een sterke concurrent.

3. De "I Amsterdam" City Card (Pas op!)

Als je googelt op "Amsterdam Museum", zie je deze kaart overal. Hij kost €60 voor 24 uur.
Niet doen. Tenzij je een hyperactieve toerist bent die in 24 uur tijd 4 musea en een rondvaartboot wil doen. Voor mensen die hier wonen is dit geldverspilling. Je haalt de kosten er bijna niet uit zonder jezelf uit te putten.

4. De Lunch-valkuil (Het €15 broodje)

Je hebt €20 bespaard op je entreekaartje. Geweldig! Vervolgens krijg je honger en koop je in het museumcafé een broodje kaas en een cola. Kosten: €14,50. Weg winst.

Ik heb me over mijn gene gegeneerd. Ik neem nu altijd:

  • Een hervulbare waterfles (Dopper). Elk museum heeft kranen. Water in Nederland is topkwaliteit. Besparing: €3,50 per flesje.
  • Krentenbollen of energierepen. Ik eet ze niet IN de museumzaal (dat mag niet en is onbeleefd), maar in de hal of buiten op een bankje.

Als ik dan toch geld uitgeef aan horeca, doe ik dat liever na afloop in een leuk koffietentje in de buurt, dan in de te dure museumkantine.

5. Gratis Parels die niemand kent

Niet alles kost geld. Hier zijn mijn favoriete gratis uitjes waar ik mijn vrienden mee naartoe neem:

  • NDSM Werf (Amsterdam): Pak de gratis pont achter CS. Het is een openluchtmuseum van street art en oude industrie. Kost niets, sfeer is geweldig.
  • Dakoppervlak NEMO: Je hoeft geen kaartje te kopen voor het wetenschapsmuseum om op het dak te komen. Het uitzicht over Amsterdam is hier gratis en spectaculair.
  • De bibliotheek (OBA Oosterdok): Niet om boeken te lenen, maar om te zitten, te werken en van het uitzicht te genieten. Warm, droog en gratis wifi.

De "Jarige Job" tip: Veel attracties (zoals Toverland of sommige bioscopen) geven gratis entree als je jarig bent. Ik heb een lijstje in mijn agenda. Op mijn verjaardag betaal ik nooit ergens voor.

Conclusie

Er op uit gaan in Nederland hoeft geen aanslag op je spaarrekening te zijn. De truc is om de vaste lasten (entree) af te kopen met een slimme kaart (Museumkaart), en de variabele kosten (eten/drinken) laag te houden door voorbereiding.